Het Uilendagboek | Sterre’s eerste vliegles

882 VIEWS
Het Uilendagboek | Sterre’s eerste vliegles

In de zomer van 2012 is Sterre geboren in de Uilenburcht, het enigszins lelijke maar o zo schattige uilskuiken van Coppernickle en Feline. Met veel toewijding storten de kersverse ouders zich op hun nieuwe taak, maar zoals dat gewoon is in het dierenrijk gaat er ook wel eens wat mis… Sterre raakte al verstrikt in een stuk touw en viel uit de uilenburcht, maar werd beide keren gelukkig net op tijd gered. Dit keer zet ze een eerste echte stap naar de volwassenheid…


17 oktober 2012. Avond. Om deze tijd van het jaar betekent zoiets pikdonkere nacht. Ik zit in de schuilhut te luisteren naar de uilen die aan het baden zijn. Stilletjes hoop ik iets van Sterre te vernemen; de laatste twee dagen houden haar ouders haar namelijk binnen. Alleen ‘s morgens mag ze nog iets van mij aannemen, de rest van de dag zie je alleen een beteuterd kindergezicht dat om de hoek komt kijken, dat zich bovendien schielijk terugtrekt wanneer de hoog boven haar uittorenende Coppernickle ontevreden tegen haar begint te brommen en te brauwen.

Sterre moet uit het nest gevallen zijn, iets anders kan het niet zijn geweest. Ik mag niet ingrijpen: met name ‘s nacht is hun Burcht absoluut verboden gebied, tenzij in noodgevallen

Een uil stapt uit de vijver, schudt zich en vliegt naar de schommel vlak voor de schuilhut. Als het dier neerstrijkt is alleen een silhouet te onderscheiden tegen de iets grijzere hemel, maar aan de fiere kop kan ik zien dat het Coppernickle moet zijn. In de nacht lijken ze wel groter, gaat door me heen. Coppernickle gaat laag staan, verstijft. De kop wijst naar het nest.

Ook het geritsel aan de voet van de rododendron houdt ineens op. Bij de ingang van het nest is een wazige, lichtgrijze bol verschenen: Sterre! Beide ouders blijven roerloos toekijken. Een windvlaag ritselt aan de bladeren van de wilgen langs de burcht. Twee, drie, vier momenten roerloos afwachten gaan voorbij. ‘Mooie Sterre..’ ontsnapt me, nauwelijks hoorbaar voor zelfs mijn eigen oren. Maar het is genoeg.

Driemaal klinkt mijn naam uit haar snaveltje, in korte successie achter elkaar; en dan een – helemaal na al die stilte – oorverdovend geraas en gekraak van takken. De ouderuilen verheffen zich in de lucht en verspreiden zich geluidloos door de burcht. Sterre moet uit het nest gevallen zijn, iets anders kan het niet zijn geweest. Ik mag niet ingrijpen: met name ‘s nacht is hun burcht absoluut verboden gebied, tenzij in noodgevallen.

En nu, tot mijn stralende verrukking, breidt ze haar vleugels uit – donswatten en al -, slaat ze neer, heft ze weer op en, ongelooflijk! vliegt in een bijzonder fraaie boog over de open plek

Tien, vijftien minuten misschien, hou ik het vol, tevergeefs een redelijke verklaring zoekend voor de mysterieuze geluiden die al die tijd klinken. Dan loop ik om de burcht heen richting de eerste kippenverblijven, om daar de lichtslierten rond het Kuifhoenderhok te ontsteken. Met dat schemerige licht kan ik tenminste iets zien zonder dat ik al teveel onrust veroorzaak.

Lees ook:  Pointillisme sleepte deze kunstenaar door zijn zware revalidatie

Wanneer ik terugloop, zie ik Feline, die vanaf het gemetselde poortje intens naar de schuilhut aan het kijken is. Ik speur de grond af onder het nest, nu echt ongerust. Waar kan het kleine Mirakel zijn? ‘Sterre’ zeg ik weer, luider dit keer. De uil op het poortje kijkt om. Maar het is – zowaar – Sterre!! Van de achterzijde is ze – zelfs voor mij – absoluut niet van haar moeder te onderscheiden. En nu, tot mijn stralende verrukking, breidt ze haar vleugels uit – donswatten en al -, slaat ze neer, heft ze weer op en, ongelooflijk! vliegt in een bijzonder fraaie boog over de open plek tot ze tegen een trap aanbotst die daar al sinds mijn auto-ongeluk staat.

Ze valt op de aluminium staanplaat, maar richt zich onmiddellijk weer op. Nu probeert ze weg te vliegen, maar dat wil haar niet lukken: haar vleugels slaan tegen de zijkanten van de trap, en ze valt een trede lager.

Achter mij landt Feline in de grote spar naast de toegang. Ik voel haar felle ogen in mijn rug priemen. Ik hoor daar niet, vertellen ze mij, en ze hebben gelijk

Vol ontferming betreed ik de burcht. Uiterst stil en verontschuldigend bewegend loop ik, me zo klein mogelijk makend, richting trap. M’n kleine meisje staat daar als een Berberaapje zo rechtop, ze is nu wel twee keer zo groot als anders, en tot barstens toe vol adrenaline. Mijn hand raakt de trede waar ze staat, en ik zeg haar dat ze nu rustig mee kan komen, dat het allemaal goedkomt.

Ze herkent me niet, kijkt me met grote ronde ogen van schrik aan. Coppernickle komt vanuit het duister achterin de burcht aanvliegen en zet zich neer op de bovenkant van de trap, op beduidend minder dan een meter afstand. Hij begint naar mij te happen. Achter mij landt Feline in de grote spar naast de toegang. Ik voel haar felle ogen in mijn rug priemen. Ik hoor daar niet, vertellen ze mij, en ze hebben gelijk. De realisatie doet, als ik eerlijk ben, zeer; maar het is de waarheid. Ik hoor daar niet, het is hun kuiken. Ik trek me terug. Het voelt alsof ik iets kostbaars verlies.

Kijk: daar stond ze mij al trappelend van plezier op te wachten, voor de ingang van het nest, de afgelopen nacht met vlag en wimpel voor de vuurproef geslaagd en duidelijk overlopend van trots

Gedurende de echte nacht ga ik elk anderhalf uur naar buiten, om te zien of het niet regent. Dat deed het niet, het bleef droog; maar als het nat was geworden, had ik me voorgenomen, dan zou ik haar gaan zoeken en terug in het nest zetten. Bij het eerste daglicht kon ik eindelijk met goed geweten de burcht binnengaan; en kijk: daar stond ze mij al trappelend van plezier – ik overdrijf niet in het minst – op te wachten, voor de ingang van het nest, de afgelopen nacht met vlag en wimpel voor de vuurproef geslaagd en duidelijk overlopend van trots.

Lees ook:  Het Uilendagboek | In bad

Onbegrijpelijk ontroerend was dat ze extra toenadering zocht, ze kwam terug met het kuiken dat ik haar gegeven had en legde dat voor mij neer alsof ze begreep wat door mij heen was gegaan, en voelde dat ze iets goed te maken had.

En gelukkig: toen ik het niet opat deed ze dat zelf maar.


Jarenlang reisde kunstenaar Paul Christiaan Bos de hele wereld over, tot hij zijn echte passie vond in Het Uilen Project: in zijn achtertuin wonen sinds 2011 de uilen Coppernickle en Feline. Hij volgt hun dagelijkse belevenissen en gezinsuitbreiding op de voet en beschrijft dit in een levendig Uilendagboek. Omdat Paul zin had in ‘iets Paradijsvogeligs’ deelt hij graag de mooiste passages én kunstwerken op Paradijsvogels Magazine. 

Beeld: “Boven Onze Hoofden Danst de Uil”, atramentum in acryl op paneel

Blog 5 - Illustratie eerste vliegles

Ontvang gratis onze beste artikelen!

Schrijf je in voor de inspiratiemail van Paradijsvogels Magazine

MEER INSPIRATIE

Het Uilendagboek | Een berg poep
Het Uilendagboek | Een familiesoap
Het Uilendagboek | Een uil die groen ziet van jaloezie
Het Uilendagboek | De enige uil die genegenheid kan tonen