Het Uilendagboek | Een uilenbegroeting

950 VIEWS
Het Uilendagboek | Een uilenbegroeting

In de zomer van 2012 is Sterre geboren in de Uilenburcht, het enigszins lelijke maar o zo schattige uilskuiken van Coppernickle en Feline. Met veel toewijding storten de kersverse ouders zich op hun nieuwe taak, en niet zonder resultaat, want eind 2012 zet zet Sterre dapper haar eerste stappen op de weg naar volwassenheid. Maar hoewel ze al kan vliegen en zelf haar eten vangt, blijft ze voorlopig toch even gezellig ‘onder de vleugels’ van haar ouders.


In de afgelopen maanden heeft Sterre telkens weer een stukje toegevoegd aan ons begroetingsritueel, dusdanig dat we intussen samen eerst een aantal vast omschreven stappen moeten doorlopen voordat we elkaar pas mogen herkennen. Een ritueel dat elke Japanner trouwens onmiddellijk instinctief zou begrijpen: het duidelijk zichtbaar neerslaan van de ogen terwijl het hoofd herhaaldelijk langzaam en respectvol op de borst zakt; met armen en handen in de voorgeschreven lijn tegen het lichaam. Met je hele lijf zeg je: “ik bedoel het goed. Ik breng geen gevaar”. Het is maar een klungelige mensenkopie van de lichaamstaal die de uilen onder elkaar, maar dan razendsnel, bezigen. Maar hij wordt verstaan. Zelfs door wildvreemde uilen, maar dat komt later.

“Ze blijft maar “nee” staan schudden, lichtelijk onzeker naar de grond kijkend, tot ik weer een paar stappen terugga, stilhoud, en dan rustig een aantal malen achter elkaar de begroeting uitvoer”

Wat mij diep ontroert, is Sterres houding als ik me eens een keer — uit enthousiasme natuurlijk — niet aan de spelregels houd, maar al na twee keer hoofdknikken-en-ogen-toedoen op haar af wil lopen: dan gaat ze “nee” staan knikken, bij uilen een gebaar dat niet alleen vrijwel dezelfde negatieve lading heeft als bij ons, maar bij hen bovendien vaak ook een waarschuwing is dat er serieus gedreigd kan gaan worden. Maar tussen ons komt het niet tot dreigen van haar kant: nee, ze blijft maar “nee” staan schudden, lichtelijk onzeker naar de grond kijkend, tot ik weer een paar stappen terugga, stilhoud, en dan rustig een aantal malen achter elkaar de begroeting uitvoer, onder het zachtjes uitspreken van haar naam. Dan veert haar intense hoofdje op, en durft ze me onderzoekend aan te gaan kijken om uit te kunnen maken of ik het wel ben.

Lees ook:  Standvastige eiken op een verlaten eiland

Dan pas, als ze mij tenslotte eindelijk heeft herkend, ontspannen haar ogen tot bolronde kralen en begint haar hele gezicht vriendelijkheid en interesse uit te stralen, alsof ze een figuur in een stripverhaal is boven wiens hoofd zojuist een lampje aanflitste omdat ineens het grote begrip doordrong… Ongelooflijk om mee te maken, telkens weer!

“Ze vindt me maar een heel rare gast. Ik geloof wel dat ze het idee heeft dat ik een soort van familielid ben; maar helemaal zeker is ze daar niet van. Hoe het ook zit, ik ben in ieder geval een stuk gezelliger dan haar bezadigde ouders”

Pas na het ritueel mag ik haar tot enkele decimeters naderen, en het ‘gesprek’ beginnen. Of nou ja, gesprek: hoe graag ze mij ook zou willen begrijpen — de intensiteit waarmee ze luistert kan moeilijk op iets anders wijzen —, ze vindt me maar een heel rare gast. Ik geloof wel dat ze het idee heeft dat ik een soort van familielid ben; maar helemaal zeker is ze daar niet van. Hoe het ook zit, ik ben in ieder geval een stuk gezelliger dan haar bezadigde ouders, en dat is al heel wat; voor een jonge uil die eigenlijk zo’n beetje wel de hele dag — en liefst ook nog een groot stuk van de nacht — wil spelen. En dus trekt ze mijn aandacht als ik langs de burcht loop op weg naar het atelier, net zolang tot ik de burcht binnenga. Erg leuk vindt ze het, bijvoorbeeld, om het hoofd honderdtachtig graden ondersteboven te draaien; misschien ook omdat mijn pogingen om zoiets na te doen — voor een klein stukje —, zo’n grappige indruk op haar maken.

Lees ook:  Middernachtzon in IJsland | Film

“het jonge uiltje, dat daar vol intens plezier vlak boven mijn hoofd op een tak komt neerstrijken, vult mijn hart met net grote warmte”

Als het ‘s avonds gebeurt, dan zet ik me vaak op het bankje bij het graf van Walther, het eerste haantje dat we ooit hadden. Daar komt ze dan zo dicht mogelijk bij me zitten, en wordt, zeker voor een uiltje, heel spraakzaam. Die uitdrukking van plezier op haar gezichtje, op zo’n moment, voelt voor mij als de dag waarop ik mijn jongste kleinzoon, toen nog een wormpje, voor het eerst in de armen hield; en over zijn gezichtje trokken vlagen emotie, van verwondering en lachen tot schrik en ernst, als rimpels over een vijver in een wondermooie processie. Want het jonge uiltje, dat daar vol intens plezier vlak boven mijn hoofd op een tak komt neerstrijken, en me vervolgens op de meest verrukkelijk plagerige manier al hoofddraaiend gaat zitten aanstaren, vult mijn hart met net zo’n grote warmte. En dan vliegt ze weer weg, om op kevers te jagen.


Jarenlang reisde kunstenaar Paul Christiaan Bos de hele wereld over, tot hij zijn echte passie vond in zijn eigen achtertuin: daar wonen sinds 2011 de uilen Coppernickle en Feline. Hij volgt hun dagelijkse belevenissen en gezinsuitbreiding op de voet en beschrijft dit in een levendig Uilendagboek. Omdat Paul zin had in ‘iets Paradijsvogeligs’ deelt hij graag de mooiste passages én kunstwerken op Paradijsvogels Magazine. 


Op de hoogte blijven van het Uilendagboek? Vul uw emailadres in en u ontvangt een bericht wanneer een nieuw hoofdstuk wordt gepubliceerd.


 

Beeld: detail uit owlery IX: “Sterre” houtskool & krijt op Ingres papier 25 * 27 cm

Ontvang gratis onze beste artikelen!

Schrijf je in voor de inspiratiemail van Paradijsvogels Magazine

MEER INSPIRATIE

Het Uilendagboek | Een berg poep
Het Uilendagboek | Een familiesoap
Het Uilendagboek | Een uil die groen ziet van jaloezie
Het Uilendagboek | De enige uil die genegenheid kan tonen