Daten na je 65ste | Nora

818 VIEWS
Daten na je 65ste | Nora

Mijn veruit meest bizarre ontmoeting vond plaats met Nora. Tot op de dag van vandaag is de afloop voor mij een mysterie, waarvan ik me afvraag of ik het echte antwoord wel wil weten.

Enfin, na het welbekende emailcontact en dito telefoongesprek was ik er van overtuigd een bijzonder iemand te gaan ontmoeten. Door een gat in de weg (de gemeente Amsterdam belooft de schade te betalen) was mijn autootje niet beschikbaar en daarom was ik op een goede dag in de trein op weg naar Den Bosch.

Onderweg liet ik het geplande programma in mijn gedachten de revue passeren: ik kom om 15:00 uur aan, we gaan wandelen met haar hond, daarna een hapje eten, en dan moet ik om tien uur ‘s avonds weer met die rottrein terug. Ik kreeg een ingeving: weet je wat, ik blijf slapen. Zelfs voor mij een zeer spontane, onbegrijpelijke actie, echt.

Ik voegde daad bij de gedachte en sms-te Nora: ‘Ik blijf slapen, geen seks.’
Haar antwoord: ‘Oh?’
Ik: ‘Wat oh, vanwege het slapen of vanwege het andere.’
Antwoord: ‘Vanwege het andere.’
En meteen erna: ‘Grapje.’

Van te voren hadden we al afgesproken dat zij op het perron mij op zou wachten. Ik stap dan uit, draai 3 keer om mijn as en zij knikt ja of nee. Bij het laatste zou ik dan weer instappen en verder rijden.

Gelukkig knikte ze ja.

Na bij haar thuis een boterhammetje te hebben gegeten, gingen we wandelen met haar hond, zo’n labrador-achtige goedzak. Tijdens het wandelen vroeg ik: Hoe vind je mij? En kreeg als antwoord drie zoenen. Sinds vele jaren was ik niet zo gelukkig. Wat een fijn gevoel, de dame is zo’n bijzonder mens, dat ik er helaas ook niets naders over vertellen kan om haar identiteit niet per ongeluk kenbaar te maken.

Nadat we uit eten zijn geweest vraag ik waar de logeerkamer is. ‘Logeerkamer? Je slaapt hier bij mij.’ Ik protesteerde nog, maar ze wilde er niks van weten. ‘Meende je dat, wat je in je sms zei?’ vroeg ze me. ‘Ja’, zei ik, ‘je bent een prachtige vrouw, maar ik moet dan eerst van je houden, anders wordt het niets. En zo ver ben ik blijkbaar nog niet.’ Nora ook niet, en we gingen als tevreden mensen slapen.

De volgende ochtend laat Nora de hond uit, terwijl ik voor het ontbijt zorg. Wanneer de borden op tafel staan en de eitjes in de pan liggen, wandel ik door de gang en bekijk de foto’s aan de muur. Ik zie een portret van een mooie vrouw, duidelijk modern, maar als ‘antieke’ foto bewerkt. De labrador-goedzak komt kwispelend binnen en na een aai gaan we aan tafel.

‘Ben jij dat, op die foto in de gang?’ ‘Nee’, zegt Nora, ‘dat is mijn dochter. De fotografe, mijn beste vriendin, heeft de foto zo veranderd dat het een afbeelding van 50 jaar geleden lijkt. Die vriendin heet Hanny, Hanny Verviers en samen met haar zus heeft ze als enige van de familie de oorlog overleefd.’

Er gaat bij mij een lichtje branden. ‘Die zus die ken ik’, zeg ik. ‘Zij is ernstig ziek, is het niet? Ze was de beste dame van het jaar geworden bij mijn bridgeclub, ondanks dat. Sterk mens.’ Wat een toeval.

En nu gebeurt het.

De boterham met kaas, op weg naar Nora’s mond, blijft in de lucht hangen. Door de openstaande tuindeuren komt een koude wind keuken binnen, en ik ril onvrijwillig. Nora zegt met een grafstem: ‘Ik ga jou zo naar het station brengen. Met ons wordt het niets.’ En ik, waarom ik het zo duidelijk voelde, wist – weet  – ik niet, antwoord: ‘Wij zien elkaar nooit meer, Nora.’

Onderweg naar het station – we hebben er geen gras over laten groeien – zitten Nora en ik stilzwijgend naast elkaar. Ze remt voor het station en ik stap uit. ‘Dag lieve Nora, het ga je goed’. Ik loop weg, hoor haar zuinige motor weer automatisch aanslaan en ze komt met open raam naast mij rijden. ‘Dag lieve Hans, dag!’ Begrijpt u het nog?

De zus van Hanny Verviers, die dus bij mij op de bridge zit, heb ik alles verteld en gevraagd: ‘Wil je dit uitzoeken en wil je me dan alles…..nee, nìets vertellen? Ik wil het, denk ik, gewoon niet weten.’ Zo bizar als het is, de uitkomst kan alleen maar ontluisterend zijn.

Maar mocht u een interessante theorie hebben, mailt u mij dan.


Hans Willems heeft een voorliefde voor paradijsvogels – ‘de smaakmakers in het gewone leven’. Al sinds zijn jeugd is hij een fervent dagdromer en ontwikkelde hij een scherp oor voor goede verhalen. Na zijn pensionering ging hij daten, op Paradijsvogels Magazine beschrijft hij deze bijzondere ontmoetingen. Wilt u rechtstreeks reageren? Mail dan naar hanswillems25@gmail.com

MEER INSPIRATIE

Daten na je 50e: het kan wat minder serieus
Single of samen? Over keuzestress en groener gras…
Vier wijze liefdeslessen gebaseerd op 40 jaar ervaring
Daten na je 65ste | Megan